|
Limburgia
Limburgia nostalgica
Voor 1936 stond de Limburgsche Koperwarenfabriek in Tegelen. Hier werd
messing bouwbeslag geproduceerd.
Met een subsidieregeling van de overheid, ivm de drooglegging van de
zuiderzee, is het bedrijf in 1936 naar Edam verhuisd. Daar veranderde
de naam in NOHOL (Noord Hollandse Koperwarenfabriek) In de jaren 70
is dit bedrijf failliet gegaan.
In den beginnen
Bij het vertrek van de Limburgsche Koperwarenfabriek in 1936 nam A.
Janssen verschillende machines en personeel over. Hij startte in Steyl-Tegelen
de Metaalwarenfabriek Limburgia, met de productie van
messing bouwbeslag. L.J.H. Stroeken trad in dienst als jongste bediende.
De productie bestond uit 1 model deurkruk in 2 uitvoeringen; bepaald
door het op te zetten bakelieten handvatdeel: ton- en Frankfurtermodel.
De grondstof, messing, werd ingekocht als afval-messing en kostte ongeveer
fl. 0,25 per kg. Een paar deurkrukken had inclusief de geperste rozetten
een verkoopwaarde van fl. 0,25 voor de fabriek.
A. Janssen had het benodigde bedrijfskapitaal van G. Loeber geleend.
Nog voor de oorlog heeft A. Janssen de lening afgelost, deels met een
nieuwe geldlening van fl. 5.000,- van L.J.H. Stroeken, die dit weer
van zijn vader J.H. Stroeken had geleend. Vanaf dit moment heeft L.J.H.
Stroeken de verantwoording over de boekhouding en procuratie gekregen.
Oorlogsjaren
In 1939 verhuist Metaalwarenfabriek Limburgia door ruimtegebrek naar
Blerick-Venlo.
In 1940 wordt tijdens de oorlogsbezetting het messing gevorderd, hierdoor
kan de fabriek niet meer produceren.
Het leegstaande pand wordt doorverhuurd aan de gebroeders Sjeng en Sjaak
van der Vinne, die er een slijperijbedrijf voeren.
Na de oorlogsjaren zijn de gebroeders van der Vinne in het pand gebleven
en beginnen met de productie van aluminium bouwbeslag onder de naam
Metaalwarenfabriek Limburgia. De grondstof komt van neergestortte oorlogsvliegtuigen.
Wederopbouw
A. Janssen start na de oorlog Handelsonderneming Limburg op. Zo verkoopt
hij het bouwbeslag van de gebroeders van der Vinne; dus van Metaalwarenfabriek
Limburgia.
Vanaf het begin was L.J.H. Stroeken in dienst als boekhouder.
Met een herbouwsubsidie uit de oorlog koopt A. Janssen in 1950 een bedrijfspand
met woonruimte te Venlo. De woonruimte was bestemd voor het pasgetrouwde
echtpaar Stroeken-Hoeymakers.
1 januari 1953 naar Bergen
Sinds 1 januari 1953 staat de Metaalwarenfabriek in Bergen. Na diverse
verzoeken van de gebroeders van der Vinne gaat L. Stroeken in 1954 bij
hun werken als procuratie-houder. Het vertrek bij Handelsonderneming
Limburg ging moeizaam.
De productie bestaat uit fietsbellen en bouwbeslag. De fietsbellen (doppen)
worden uit messingplaat gemaakt. De beldoppen worden geperst, vernikkeld
en verchroomd. De andere onderdelen worden ingekocht. De assemblage
gebeurt in Bergen.
Het bouwbeslag bestaat vooral uit deurkrukken. Andere producten worden
in opdracht bewerkt, zoals bijvoorbeeld onderdelen voor kranen.
De gebroeders van der Vinne zijn inmiddels uit elkaar gegroeid, Sjeng
van der Vinne runt het bedrijf in Bergen alleen.
1976 L. Stroeken neemt bedrijf over
1983 tot heden Piet Stroeken laat het bedrijf verder groeien
|